Het is net nieuwjaar geweest.
En serieus… wat een circus weer.
Overal knallen. Geen gezellig “pief paf poef”, maar gewoon keiharde klappen. Ontploffingen. Illegaal vuurwerk waar je hele huis van staat te schudden. Kinderen wakker. Dieren compleet door het lint. En de volgende ochtend? Een teringzooi. Straat lijkt wel een bouwplaats na een bombardement.
Bij ons thuis is vuurwerk er nooit geweest.
Niet vroeger.
Niet nu.
En dat blijft zo.
Ik heb er niks mee. Ik vind het zonde van m’n geld en vooral: ik vind het levensgevaarlijk. Klaar. Onze kinderen mogen kijken, ja. Maar gewoon veilig. Binnen. Achter het raam. Niet tussen idioten die denken dat ze onkwetsbaar zijn.
Elk jaar weer hetzelfde gezeik.
Mensen gewond.
Handen eraf.
Ogen kapot.
Kinderen die “even buiten stonden”.
En dan moeten we doen alsof we verbaasd zijn.
Hou toch op.
Ik ben één keer buiten geweest tijdens het afsteken. Eén keer. Het voelde als een oorlogsgebied. Geen overzicht. Knallen van alle kanten. Je weet niet wat waar vandaan komt. Ik dacht echt: waar ben ik in godsnaam beland?
Ik was zo weer binnen. En gelijk had ik.
Maar waar ik echt compleet door het lint van ga…
Dat is het geweld tegen hulpverleners.
Luister goed.
Daar. Blijf. Je. Van. Af.
Die mensen staan daar niet voor hun lol. Dat is geen hobby. Dat zijn iemands kinderen. Ouders. Partners. Die trekken een uniform aan en gaan naar buiten terwijl jij veilig binnen zit te zuipen en te knallen.
En dan denk je dat het normaal is om ze te bekogelen met vuurwerk?
De ME onder vuur.
Ambulances die niet veilig kunnen rijden.
Zorgverleners die moeten wegduiken in plaats van helpen.
Stel je voor — en neem dit even mee — dat die ambulance onderweg is naar jouw moeder. Of je kind. En iemand vindt het dan grappig om vuurwerk te gooien.
Dan ben je geen feestvierder.
Dan ben je gewoon een asociaal stuk vreten.
En ja. Ik zeg het gewoon, zonder excuses:
Ik ben vóór een vuurwerkverbod.
Niet een beetje.
Niet “twijfelend”.
Gewoon: ja.
Want dit werkt niet. Al járen niet.
Met regels niet.
Met afspraken niet.
Met “eigen verantwoordelijkheid” al helemaal niet.
Geen enkele knal is een verloren hand waard.
Geen enkele traditie is een blind kind waard.
Geen enkel feestje is het waard dat hulpverleners bang hun dienst ingaan.
Als iets zoveel kapotmaakt — mensen, dieren, straten, levens —
dan moet je stoppen met romantiseren en gewoon zeggen: klaar ermee.
Voor ons is nieuwjaar simpel.
Samen.
Warm.
Binnen.
Met respect voor de mensen die wél hun ballen tonen door naar buiten te gaan en anderen te helpen.
En als moeder.
Zeg ik het zoals het is:
Doe normaal.
Of doe het gewoon niet meer.
Reactie plaatsen
Reacties