Boodschappen doen lijkt iets praktisch. Iets wat je afvinkt tussen werk, school en alles wat er verder nog speelt. En toch merk ik steeds vaker dat het voor mij veel meer is dan dat. Het is een moment waarop alles samenkomt: waar we vandaan komen, hoe we leven en hoe we proberen balans te houden in een dagelijks leven dat zelden stil staat.
Ik ben de dochter van de slager. Vlees hoort bij mij. Bij mijn smaak, mijn achtergrond, mijn idee van goed eten. Ik weet wat kwaliteit is. En misschien juist daarom schuurt het zo dat een kilo gehakt of een simpel biefstukje tegenwoordig bijna onbetaalbaar is. Het voelt niet meer in verhouding. Dus kiezen we anders. Niet rigoureus, niet vanuit afwijzing, maar vanuit realiteit. We wisselen af. Vlees, kip en vis. Bewust. Met aandacht voor gezondheid én portemonnee.
Soms neem ik de kinderen mee boodschappen doen. Met het idee dat het gezellig is. Dat ze leren kijken, leren kiezen. In de praktijk begint het al bij de ingang. Wie wil de kar duwen, wie wil erin zitten, wie heeft nu al honger. Nog voor we bij de groenteafdeling zijn, ben ik mijn focus kwijt. Halverwege denk ik: waarom nam ik ze ook alweer mee?
En toch zit er iets moois in. De verwondering bij het fruit. De gesprekken bij de groente. De opmerkingen die nergens op slaan en alles tegelijk zeggen. Alleen… aan het einde van de rit ben ik altijd iets vergeten. Brood. Yoghurt. Iets essentieels. Maar roze koeken? Die zijn er altijd.
Als ik alleen ga, is het rustiger. Overzichtelijker. Maar leeg voelt het nooit. In mijn hoofd gaat de week met me mee. Avondvergaderingen. Sporten. Familiezaken. Dagen waarop we laat thuis zijn en eten geen extra belasting mag worden, maar juist moet helpen dragen.
Bij ons speelt vetintolerantie een rol. Dat betekent lezen. Vergelijken. Terugleggen. Ik kies niet alleen wat gezond is, maar wat licht verteerbaar is. Wat geen klachten geeft. Wat werkt op drukke dagen waarop niemand ruimte heeft om ziek te zijn.
Ik koop nooit pakjes. Ik maak alles zelf. Hoe verser, hoe beter. Niet uit strengheid, maar omdat we er echt van genieten. Omdat echt eten anders smaakt. En omdat er tegenwoordig zó veel zout verborgen zit in bewerkte producten. Dat wil ik niet. Zeker niet als je lichaam gevoelig is. Dus kies ik zo veel mogelijk voor verse producten. Seizoensgroenten. Simpel, puur en met aandacht bereid.
Dat betekent niet dat iedereen altijd juichend aan tafel zit. De kinderen vinden het niet altijd lekker. En dat hoeft ook niet. Ze hoeven het niet meteen te waarderen — maar wel te proberen. Bij ons geldt: ben je vier jaar, dan neem je vijf hapjes. Ben je zeven, dan neem je acht hapjes. Zonder strijd. Zonder druk. Gewoon proeven. Want als je iets niet probeert, ga je het ook nooit leren eten.
En heel eerlijk: ook ik heb dingen meerdere keren moeten eten voordat ik dacht — hé, dit is eigenlijk best lekker. Smaak groeit. Net als mensen.
Daarom denk ik vooruit. Met de agenda in mijn achterhoofd. Met de wetenschap dat sommige dagen vol zijn. Dan helpt het dat de vriezer gevuld is. Dat ik online grote kip- of vleespakketten bestel. Goede kwaliteit. Betaalbaar. Een win-win. Minder impulsaankopen, meer rust.
Vis is daarin ook een vaste waarde. Drie tot vier keer per jaar doen we een grote inkoop op de visafslag in Scheveningen. Verse vis, goed te portioneren en perfect te bewaren. Het vraagt voorbereiding, maar het levert ruimte op. Op drukke dagen hoef ik niet meer na te denken. Ik weet wat er ligt.
En ja — twee tot drie keer per jaar gaan we ook boodschappen doen in Duitsland. Met een grote koelbox achterin. Dat is niet alleen praktisch, het is ook leuk. Ze hebben daar van sommige zuivelproducten zó veel meer smaken. En het broodbeleg… dat is gewoon ontzettend lekker. Het voelt bijna als winkelen, maar dan met een doel. Even iets anders. Even genieten. En tegelijk slim inslaan.
Voor ik moeder werd, koos ik vooral voor het moment. Waar had ik zin in, wat voelde licht. Nu kies ik vooruit. Met kennis van ons lijf. Met respect voor ons ritme. Met zorg voor wat er op tafel komt.
Niemand ziet dit deel. Het plannen. Het afwegen. Het vooruitdenken. De boodschappen zijn er gewoon. Het eten staat op tafel. Alsof het vanzelf gaat.
Maar het gaat niet vanzelf.
Soms voel ik dat bij de kassa. Dat ik moe ben. Niet van het lopen, maar van het denken. Van het constant rekening houden. Met agenda’s, met gevoeligheden, met smaak en gezondheid.
En toch is er ook mildheid. Omdat ik weet waarom ik het doe. Omdat zorg zich soms uit in iets kleins. Een pan seizoensgroenten. Een goedgevulde vriezer. Een kind dat leert proeven.
Balans zit voor mij niet in perfectie. Het zit in aandacht. In bijsturen. In erkennen dat boodschappen doen geen bijzaak is, maar zorg in beweging. Soms vergeet ik iets. Soms neem ik de kinderen mee terwijl ik beter weet. Soms is het rommelig. Maar het is bewust. Met aandacht. En dat is genoeg.
Reactie plaatsen
Reacties