Soms zitten er van die dagen tussen die zó vol zitten met emoties dat je er eigenlijk alleen maar even bij stil kunt staan en denken: wow… wat gebeurde hier allemaal? Dit weekend was er zo eentje.
Zaterdag vierden we de verjaardag van mijn zoon met familie. Het huis zat vol gezelligheid, gelach, cadeautjes en natuurlijk taart. Precies zoals een kinderfeestje hoort te zijn. Aan het einde van de dag was het huis… laten we zeggen… volledig ontploft. Overal slingers, ballonnen, cadeaubladeren, kruimels en speelgoed.
Maar was het het waard?
Absoluut.
Mijn kind had de dag van zijn leven. Hij voelde zich geliefd, verwend en omringd door familie. En dat is uiteindelijk waar het om draait.
Dus zondag werd het opruimdag.
Stofzuigen, alles weer op z’n plek, slingers weg, ballonnen leeg, dweilen… en nog eens dweilen. Nadat ik de keuken en de gang al gedaan had, gingen we even boven stofzuigen en opruimen.
Mijn zoon liep naar beneden om iets weg te gooien.
En kreeg daar een geweldig idee: mama helpen.
Je voelt hem al aankomen…
Toen ik beneden kwam lag er een mega plas water op mijn hardhouten vloer.
“Mama… er is een probleem.”
Mama kwam, zag… en dacht: oh my God.
Maar in plaats van boos te worden zei ik:
“Wat fijn dat je wilde helpen. Ik zie dat het niet helemaal goed is gegaan. Mama gaat het even opdweilen. Kun jij twee handdoeken halen?”
Hij was zó trots op zichzelf. Even later vertelde hij tegen zijn grote zus:
“Ik wilde helpen… maar het ging effe fout.”
“Niet erg,” zei mama. “Van proberen kun je leren.”
En eerlijk? Deze mama was trots. Rustig. Geduldig. Helemaal zen.
Wat was dat vandaag anders.
Vandaag lukte het namelijk een collega om het bloed onder mijn nagels vandaan te halen. Ik was serieus in staat om naar hem toe te lopen en hem een flinke tik op zijn hoofd te geven. Gewoon om te kijken of er überhaupt hersens in zaten.
Ik telde tot 10.
Toen tot 50.
Toen tot 100.
Maar de woede bleef.
De frustratie dat hij mijn kennis in twijfel trok. En dat dan ook nog eens in een mail met weet-ik-veel-hoeveel mensen in de CC die er helemaal niets mee te maken hebben.
Op weg naar huis zette ik calming classical music op.
Maar wat duurde die rit lang…
In mijn hoofd had ik hem ondertussen al tien keer volledig verrot gescholden.
Toen ik eenmaal thuis was, was een deel van de woede gelukkig al weg. Ik begon met koken.
Totdat…
Plof. De zak bonen viel uit mijn handen.
Plof. De aardappels kookten over.
Mijn frustratieniveau schoot weer omhoog.
En precies op dat moment kwam mijn dochter uit school.
“Hallo mama! Jij bent de liefste!”
Een dikke knuffel.
Een kus.
En vandaag was dat alles wat er nodig was.
De frustratie en de woede verdwenen.
Simpel. Snel.
En dat is misschien wel het mooie aan moeder zijn
Soms ben je zen.
Soms ben je boos.
Soms zit je hoofd zo vol dat zelfs overkokende aardappels de druppel zijn.
Maar dan is daar ineens een kind dat gewoon zegt:
“Jij bent de liefste.”
En dan weet je weer waar het allemaal om draait.
Niet om die collega.
Niet om de rommel.
Niet om de frustratie van de dag.
Maar om die kleine momenten.
Die knuffel.
Die kus.
En ineens is alles weer goed.
Reactie plaatsen
Reacties