"Mama, ik heb geen vriendinnen meer."
Ze zegt het zacht.Liggend in haar bed, terwijl we de dag doornemen. Het ritueel dat we al jaren hebben. Eerst de leuke dingen. Dan de minder leuke dingen.En de laatste tijd zijn er opvallend veel minder leuke dingen.
Mijn dochter zit in groep 4. Acht jaar oud.
Een leeftijd waarop ik dacht dat kinderen nog gewoon speelden. Dat ruzies gingen over wie er als eerste op de schommel mocht. Dat verdriet meestal weer overwaaide voordat het avondeten op tafel stond.
Maar meisjes blijken soms al veel eerder te ontdekken hoe je elkaar pijn kunt doen.:
- Niet met slaan.
- Niet met schoppen.
- Met woorden.
- Met blikken.
- Met uitsluiten.
Met de wetenschap dat ergens bij willen horen misschien wel het belangrijkste is in de wereld van een achtjarige.
Ik zie haar elke dag haar best doen.
Ze wil iedereen aardig vinden. Ze wil dat iedereen haar aardig vindt. Ze houdt niet van ruzie. Ze probeert altijd de vrede te bewaren.
En misschien maakt dat haar juist kwetsbaar.
Want er zijn meiden die hebben ontdekt hoeveel macht er schuilt in één simpele zin.
"Als je niet met mij speelt, dan ben je mijn vriendin niet meer."
Zo'n zin lijkt onschuldig.
Totdat je kind degene is die alleen achterblijft.
Totdat jouw dochter 's avonds in bed ligt en ervan overtuigd is dat niemand haar meer aardig vindt.
Dan voelt zo'n zin ineens loodzwaar.
Gelukkig heeft ze een juf die goud waard is. Een juf die ziet wat er gebeurt. Die gesprekken voert. Die probeert de meiden bewust te maken van hun gedrag. Een tijdje ging het beter.
Maar langzaam sluipt hetzelfde gedoe er weer in.
En soms zit het in de kleinste dingen.
Of eigenlijk: in dingen die voor volwassenen klein lijken.
Vandaag nam mijn dochter haar Spacescooter mee naar school.
Vorig jaar kreeg ze hem voor haar verjaardag.
Een rib uit mijn lijf, maar ze wilde hem zó graag. Zo'n cadeau waar ze maanden over had gepraat. Zo'n cadeau waarvan je als ouder geniet omdat je ziet hoeveel plezier het haar geeft.
Vanmorgen vertrok ze trots.
Met haar Spacescooter.
Haar cadeau.
Haar trots.
Toen ik haar vanmiddag ophaalde, dacht ik aan van alles.
Aan het avondeten.
Aan mijn werk.
Aan wat we die avond nog moesten doen.
Niet aan wat er vervolgens gebeurde.
Nog voordat ik het einde van de straat had bereikt, hoorde ik haar achter me schreeuwen:
"Mama! Jij bent echt slecht! Je hebt een neppe Spacescooter voor me gekocht!"
Ik draaide me om.
Verbaasd.
Gekwetst.
En vooral verbijsterd.
Want vanmorgen was ze nog trots.
Maar één opmerking van een klasgenoot was genoeg geweest om daar ineens aan te twijfelen.
Niet omdat haar scooter veranderd was.
Niet omdat er iets mis mee was.
Maar omdat iemand anders had besloten dat er iets mis mee moest zijn.
En terwijl ik daar stond, dacht ik niet aan die scooter.
Ik dacht: sinds wanneer gebeurt dit op achtjarige leeftijd?
Sinds wanneer beoordelen kinderen elkaar op spullen, merken en status?
Sinds wanneer laten we toe dat de mening van een klasgenoot zwaarder weegt dan de liefde waarmee iets gegeven is?
En dan zijn er nog de luizen.
Ja, de luizen.
Ook zoiets waarvan ik dacht dat we inmiddels wel beter wisten.
Luizen krijg je niet omdat je vies bent.
Luizen trekken zich niets aan van hoe vaak je doucht, hoe duur je shampoo is of hoe schoon je huis is.
Je krijgt ze omdat je een kind bent dat speelt met andere kinderen.
Omdat hoofden elkaar raken.
Dat is alles.
Mijn dochter had luizen begin van het schooljaar.
De luizenmoeder informeerde de juf.
De juf informeerde de ouders.
Precies zoals het hoort.
Tenminste, dat dacht ik.
Totdat mijn dochter in de klas te horen kreeg dat zij degene was geweest met luizen.
Van het kind van de luizenmoeder.
En ik bleef achter met een vraag die sindsdien door mijn hoofd spookt.
Waarom?
Waarom moest dat verteld worden?
Waarom moest een kind weten wie er luizen had gehad?
En waarom moest mijn dochter zich daarvoor schamen?
Welke toegevoegde waarde heeft het om een klasgenoot daarop aan te spreken?
Wat leren we onze meisjes eigenlijk?
Dat je alleen meetelt als je de juiste spullen hebt?
Dat je geen fouten mag maken?
Dat je geen luizen mag hebben?
Dat je iemand publiekelijk mag vernederen als dat je eigen positie versterkt?
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet, is dat ik elke avond hetzelfde meisje in bed stop.
Een meisje dat steeds vaker twijfelt aan zichzelf. Een meisje dat thuiskomt met vragen die ze een jaar geleden nog niet had.
"Ben ik wel leuk genoeg?"
"Waarom willen ze niet met mij spelen?"
"Waarom zeggen ze dat?"
En elke keer geef ik hetzelfde antwoord.
Je bent goed genoeg.
Je bent lief genoeg.
Je bent slim genoeg.
Je bent precies goed zoals je bent.
Maar soms vraag ik me af hoeveel stemmen er nodig zijn om die boodschap overeind te houden als de wereld om haar heen iets anders lijkt te fluisteren.
Misschien is dat wel het moeilijkste aan moeder zijn. Niet dat je kind verdriet heeft. Maar dat je het verdriet niet kunt wegnemen.
Dat je ziet hoe haar hart langzaam kennismaakt met teleurstelling. Met afwijzing. Met groepsdruk.
Met de harde lessen die blijkbaar steeds vroeger beginnen. En geloof me, de leeuwin in mij wil soms opstaan.
Ik wil berichten sturen. Gesprekken voeren.
Iedere moeder uit die klas vragen of we echt willen dat onze dochters zo met elkaar omgaan.
Of we echt willen dat achtjarige meisjes al leren dat je sterker wordt door een ander kleiner te maken.
Maar misschien begint het ergens anders. Misschien begint het thuis. Met gesprekken over vriendelijkheid. Over empathie.
Over het feit dat je niet groter wordt door een ander naar beneden te duwen.
Want deze meisjes zitten nog jaren bij elkaar in de klas. En ooit worden ze vrouwen. Zelfverzekerde vrouwen, hoop ik.
Vrouwen die weten dat hun waarde niet afhangt van spullen, populariteit of de mening van een ander.
Vrouwen die elkaar niet afbreken, maar optillen.
Tot die tijd blijf ik hetzelfde zeggen tegen mijn dochter.
Ook als ze het zelf even niet gelooft.
Jij bent genoeg.
Precies zoals je bent.
Reactie plaatsen
Reacties