Ik hou van lekker weer. Echt waar. Geef mij een zonnetje, een terras, blote voeten in het gras en ik ben gelukkig. Maar deze hitte? Nee. Dit is een ander verhaal.
De afgelopen dagen merk ik dat mijn lichaam en hoofd er gewoon niet lekker op gaan. Ik ben duizelig, voel me futloos en alles kost meer energie dan normaal. Waarschijnlijk speelt mijn medicatie voor mijn verhoogde bloeddruk daar ook een rol in. Dat cadeau van de kinderen na twee zwangerschappen bleek een blijvertje. De medicijnen beginnen hun werk te doen en mijn lichaam moet blijkbaar nog wennen aan die nieuwe stand.
En dat merk ik.
Want ondertussen draait het gewone leven gewoon door. Er moet gewerkt worden, er moet voor de kinderen gezorgd worden, het huis vraagt aandacht, de was stapelt zich op, er moet gekookt worden en sociale afspraken staan ook nog in de agenda. Normaal gesproken krijg ik dat allemaal wel voor elkaar. Maar met deze temperaturen voelt elke taak alsof ik een marathon moet lopen.
Ik merk ook dat mijn lontje een stukje korter is geworden. Niet omdat ik dat wil, maar omdat ik simpelweg moe ben. Oververhit. Leeg. En dan komen er natuurlijk honderd vragen per uur van de kinderen.
"Mam, mag ik een ijsje?"
"Mam, waar zijn mijn slippers?"
"Mam, kijk eens!"
"Mammmmm!"
En soms wil ik dan gewoon even zeggen: kinderen, mama heeft ook gevoelens en behoeften. Mama heeft het ook warm. Mama heeft ook geen energie. Mama wil soms ook gewoon op de bank liggen met een ventilator in haar gezicht en door niemand aangesproken worden.
Net als de kinderen heb ik weinig trek in warm eten. Het idee van aardappelen, groenten en vlees maakt me momenteel al moe voordat ik begonnen ben met koken. Geef mij maar een frisse salade, wat fruit of een boterham.
En ijsjes.
Heel veel ijsjes.
Gelukkig begrijpt de boodschappendienst precies wat ons gezin nodig heeft. Terwijl ik vroeger braaf één doosje ijs in mijn winkelmandje legde, lijkt er nu bij iedere bestelling automatisch weer een nieuwe voorraad mee te komen. En eerlijk? Daar hoor je mij niet over klagen.
De vriezer wordt gevuld.
De ijsjes worden bezorgd.
En wij eten ze gretig op.
Thuis hebben we gelukkig airco. Als we alles hermetisch afgesloten houden, krijgen we de temperatuur binnen niet boven de 23 graden. Dat klinkt ideaal. En dat is het ook... totdat je kinderen hebt.
Want in de tuin staat een zwembad.
En dat zwembad is natuurlijk onweerstaanbaar.
Dus gaat de keukendeur open.
Kinderen naar buiten.
Deur dicht.
Kinderen hebben dorst.
Deur open.
Warmte naar binnen.
Deur dicht.
Kinderen moeten naar de wc.
Deur open.
Nog meer warmte naar binnen.
Deur dicht.
"Mam, kijk eens hoe ver ik kan springen!"
Deur open.
Warmte naar binnen.
Je begrijpt het principe.
Op sommige dagen voelt het alsof ik niet alleen moeder ben, maar ook portier van een exclusieve koelruimte. De hele dag door ben ik deuren aan het openen en sluiten terwijl ik de temperatuur op de airco langzaam zie oplopen. Binnen probeer ik de koelte vast te houden, buiten lonkt het zwembad.
En eerlijk? Ik snap de kinderen wel. Als ik acht jaar was geweest, had ik waarschijnlijk ook de hele dag in dat zwembad gelegen.
Maar alsof de hitte thuis nog niet genoeg uitdagingen oplevert, komt daar ook nog de vraag bij: gaan de kinderen eigenlijk wel gewoon naar school?
Hun school zit in een ouder gebouw. Zo'n gebouw dat in de winter prima voldoet, maar zodra de temperatuur richting de dertig graden gaat verandert in een soort bakoven. Geen airco, weinig verkoeling en tegen de middag hangen de kinderen net zo slap in hun stoel als ik op de bank.
En dan begint het speculeren.
Komt er een tropenrooster?
Gaan ze eerder uit?
Moeten ze thuisblijven?
En vooral: hoe moet ik dat regelen?
Want natuurlijk snap ik dat scholen kijken naar wat haalbaar en verantwoord is voor kinderen én leerkrachten. Maar voor veel ouders zorgt zo'n aangepast rooster ook direct voor een logistieke puzzel. Werkafspraken staan gepland, vergaderingen lopen door, opvang moet geregeld worden en ondertussen probeer je zelf ook nog overeind te blijven in deze hitte.
Het is soms alsof iedereen roept dat we rustig aan moeten doen, terwijl de agenda gewoon op volle snelheid doorgaat.
Dus daar zit ik dan. Mijn mailbox iets vaker te verversen dan normaal. Afwachtend of er een bericht van school komt. Want hoewel ik het de kinderen gun om eerder naar huis te mogen, weet ik ook dat dat meteen de volgende uitdaging oplevert.
Want thuis is het ook warm.
Of nou ja... buiten dan.
Binnen proberen we krampachtig die 23 graden vast te houden terwijl de kinderen voortdurend heen en weer rennen tussen zwembad, koelkast, vriezer en woonkamer.
Misschien moeten we deze week gewoon accepteren dat niemand op zijn best is. Niet de kinderen. Niet de leerkrachten. En eerlijk gezegd ook niet de ouders.
We doen wat we kunnen.
Met extra water.
Met wat minder perfectie.
Met een mailbox die we iets te vaak controleren.
Met een airco die overuren draait.
En met een vriezer vol ijsjes.
Want soms is een dag doorkomen tijdens een hittegolf al een prestatie op zich.
De was kan wachten. Het stof loopt niet weg. Het avondeten hoeft geen culinair hoogstandje te zijn. Sommige dagen gaan niet over productiviteit of het afvinken van lijstjes. Sommige dagen gaan gewoon over overeind blijven.
En morgen? Dan zien we wel weer verder.
Maar eerst nog een ijsje.
Reactie plaatsen
Reacties