Voordat je verder leest…
Dit blog gaat over mijn persoonlijke gevoelens en gedachten tijdens een periode van vooruitlopende rouw. Uit respect voor de privacy van de betrokkenen heb ik bewust geen namen, relaties of andere herkenbare details opgenomen. Ik wil je vriendelijk vragen om niet te speculeren over wie dit verhaal gaat. Dank je wel voor het respecteren van de rust en privacy van iedereen die hierbij betrokken is.
De zomervakantie.
Normaal gesproken is dit mijn favoriete tijd van het jaar. Geen wekker, geen school, geen haast. Samen op pad, zwemmen, ijsjes eten en genieten van de kleine dingen.
Iedere ochtend staan de kinderen naast mijn bed met dezelfde vraag.
"Mama, wat gaan we vandaag doen?"
Hun wereld is klein. Veilig. Onbezorgd.
En soms benijd ik ze daarom.
Want terwijl zij vooral bezig zijn met vandaag, merk ik dat mijn gedachten steeds afdwalen naar morgen.
Niet naar de volgende vakantieactiviteit.
Maar naar een afscheid waarvan ik weet dat het onvermijdelijk dichterbij komt.
Ik had nooit gedacht dat je al kon rouwen terwijl iemand er nog is.
Toch is dat precies wat er gebeurt.
Ik lach mee. We maken foto's, eten een ijsje in de zon en maken herinneringen. Maar ergens, op de achtergrond, is er voortdurend dat besef dat niets meer vanzelfsprekend is.
Soms overvalt het me. Wanneer de kinderen schaterlachen. Wanneer we samen een spelletje doen. Of wanneer ik 's avonds eindelijk op de bank zit en de stilte me inhaalt.
Hoe kun je tegelijkertijd zo intens genieten en zo intens verdriet voelen? Blijkbaar kan dat.
Misschien is dat wel wat vooruitlopende rouw is. Je hart begint alvast afscheid te nemen, terwijl het leven gewoon doorgaat.
De komende tijd zullen we nog regelmatig op bezoek gaan.
Voor de kinderen zijn het gewone bezoekjes. Ze rennen naar binnen, geven een knuffel, vertellen honderduit over hun dag en genieten van het samenzijn.
Voor mij voelt ieder bezoek anders.
Het proces loopt al een tijd. Ik weet dat er een moment komt waarop deze bezoekjes alleen nog herinneringen zullen zijn.
De kinderen weten dat niet en ergens ben ik daar ook dankbaar voor. Zij leven volledig in het nu.
Iedere keer als ik zie hoe vanzelfsprekend de liefde en warmte tijdens die bezoekjes zijn, breekt mijn hart een klein beetje. Ik geniet van de knuffels. Van het lachen. Van de verhalen. Van de vanzelfsprekendheid waarmee ze elkaar opzoeken. Maar tegelijkertijd weet ik dat er een dag komt waarop er geen nieuwe herinneringen meer bijkomen. Dat besef draag ik alleen. Zij zien alleen de warmte van vandaag. Ik zie ook het gemis van morgen en misschien is dát wel de zwaarste kant van vooruitlopende rouw.
Verdriet voelen om iets wat voor de ander nog niet bestaat.
Na lang twijfelen besloten we de kinderen te vertellen dat iemand van wie ze ontzettend veel houden heel ziek is. Dat het lichaam niet meer beter wordt en dat er een moment komt waarop we afscheid zullen moeten nemen.
Misschien vond ik dat nog wel moeilijker dan mijn eigen verdriet. Doe ik hier goed aan? Moeten kinderen dit weten? Of bescherm ik ze juist beter door nog even niets te zeggen?
Ik weet het niet en misschien zal ik dat ook nooit zeker weten. Toch voelde het alsof we dit moesten doen.
Omdat ik hoop dat er nog ruimte is voor knuffels die nét iets langer duren. Voor tekeningen. Voor samen lachen. Voor een simpel: "Ik hou van je." Niet omdat kinderen afscheid moeten leren nemen, maar omdat liefde ook de kans verdient om nog uitgesproken te worden.
Wat het voor mij extra ingewikkeld maakt, is dat dit niet de eerste keer is dat ik een afscheid zie naderen.
Negen jaar geleden verloor ik mijn vader. Ook toen wisten we dat het einde dichtbij was. Alleen wist niemand wanneer. Iedere keer als de telefoon ging, hield ik mijn adem in. Nu voelt het anders en toch ook weer niet. Opnieuw voel ik het verdriet al binnenkomen voordat het afscheid er is. Ik begrijp dat er momenten zijn waarop verder leven geen leven meer is.
En toch…
Toch wil een deel van mij nog helemaal niet loslaten. Misschien is dat wel de grootste tegenstelling van liefde. Je gunt iemand rust. Maar je wenst tegelijkertijd nog één dag. Nog één gesprek. Nog één knuffel. Ik probeer daarom vooral te doen wat ik wél kan.
Luisteren. Helpen. Er zijn. Want soms is aanwezigheid het mooiste cadeau dat je iemand kunt geven.
Na lang twijfelen besloten we het de kinderen te vertellen. Onze zoon luisterde aandachtig.
Zoals veel mensen weten, werd hij geboren met een groot gat in zijn hart. Toen hij ouder werd en vragen stelde over het litteken op zijn borst, legden we uit dat de dokter zijn hart had gemaakt. Met naald en draad. Een uitleg die paste bij de belevingswereld van een klein kind.
Hij keek me aan en zei heel serieus:
"Maar mama... als het hart stopt, dan gaat diegene toch gewoon naar de dokter? Dan maakt de dokter het hart weer met naald en draad."
Heel even wenste ik dat hij gelijk had. Dat het echt zo eenvoudig was.
Ik legde uit dat dokters heel veel kunnen, maar niet alles kunnen maken. Dat er een moment komt waarop een lichaam op is en dat diegene dan naar de hemel gaat.
Hij dacht even na. "Dan is diegene bij opa Niko."
"Ja," antwoordde ik en hij ging weer spelen. Alsof het gesprek klaar was.
Niet veel later stopte het bekende Picnic-busje voor ons huis.
Hij keek naar buiten en vroeg: "Mama... bezorgt Picnic eigenlijk ook boodschappen in de hemel?"
Ik moest glimlachen. "Dat weet ik eigenlijk niet, lieverd. Maar misschien wel."
Hij dacht opnieuw even na. "Kunnen wij dan op visite in de hemel?"
Dat vond ik misschien nog wel de moeilijkste vraag van de hele dag.
"Nee, lieverd. Dat kunnen we niet."
Hij keek me aan. "Dat is jammer. Dan zien we diegene dus niet meer." "Nee," zei ik zacht. "Dat klopt."
Even bleef het stil.
Toen keek hij me aan en zei: " Gelukkig heb ik nog een foto, mama."
En daar zat alles in. Waar ik vooruitkijk naar alles wat we zullen verliezen, kijkt een kind naar wat blijft.
Een foto, een herinnering, een knuffel, een gevoel van liefde.
Misschien is dat wel precies waarom we de komende tijd nog zo vaak mogelijk op bezoek gaan. Niet omdat ik zeker weet dat iedere keuze die we maken de juiste is. Maar omdat ik hoop dat de kinderen zich later niet als eerste het afscheid zullen herinneren.
Ik hoop dat ze zich de liefde herinneren. De warme knuffels. Het lachen. De aandacht. Alle kleine momenten die nu nog zo gewoon lijken.
Want uiteindelijk zijn herinneringen iets wat niemand je ooit nog kan afnemen.
En misschien is dat wel de grootste troost.
Liefde verdwijnt niet op het moment dat een hart ophoudt met kloppen.
Ze leeft verder. In verhalen. In foto's. In kleine gewoontes.
En in de harten van de mensen die achterblijven.
Reactie plaatsen
Reacties