De zomervakantie stond voor de deur.
Vol verwachting keken we uit naar een fijne zomer. Een zomer met leuke uitstapjes, veel lol, familiebarbecues, lange avonden en vooral veel tijd met elkaar.
Maar deze zomer liep anders…
In de laatste week van school ging het ineens enorm hard achteruit met de gezondheid van onze lieve (schoon)moeder, oma en ineens stond alles stil.
Of eigenlijk… alles behalve de wereld om ons heen.
Drieënhalve week hebben we intens geleefd. We waren bij haar, hebben geholpen waar we konden, geluisterd, gelachen en gehuild. We waren er. Voor haar, maar ook voor elkaar.
De liefde die zij voor haar gezin had, was overweldigend. Dat voelde je in alles en toen was daar ineens het moment.
Het moment waarvan we wisten dat het zou komen. Het moment dat we nog jaren hadden willen uitstellen. Het moment waarvan we in ons hoofd wisten: het is goed zo.
Maar waar we in ons hart absoluut nog niet klaar voor waren. Toch wisten we dat dit voor haar het beste was. Geen pijn meer. Geen strijd. Rust en hoe ontzettend moeilijk het ook was, dat gunden we haar.
De momenten na haar overlijden waren zwaar. Intens verdrietig. Maar gek genoeg zat er ook iets lichts tussen het verdriet. Drieënhalve week lang voelde het alsof we met elkaar de hele wereld op onze schouders droegen. We waren voortdurend bezig met haar, met wat nodig was, met zorgen, regelen, aanwezig zijn, volhouden en op het moment dat ze haar laatste adem uitblies, voelde het alsof die enorme last even van onze schouders viel.
Althans… dat dacht ik.
Want hoewel óns rouwproces eigenlijk al drieënhalve week bezig was, begon het rouwproces van de kinderen toen pas.
Voor hen was oma er die drieënhalve week nog en ineens niet meer. Het besef dat ze echt niet meer terug zou komen, kwam toen pas. Het afscheid van mijn schoonmoeder was mooi. Heel mooi. Vol liefde. Precies zoals zij het gewild zou hebben.
We waren alleen met het gezin. Haar lieve man, haar zonen, haar schoondochters, haar kleinkinderen en de twee mama's van haar schoondochters, die ze ook zo enorm liefhad.
Geen grote groep. Geen afstand. Gewoon wij. De mensen van wie ze hield. Iedereen kreeg iets van haar mee, maar zij kreeg ook iets van ons mee op haar laatste reis. Van ieder van ons kreeg ze een kleine knuffel. Eén exemplaar ging met haar mee. Het andere exemplaar hielden wij zelf. Want als we er maar hard genoeg mee knuffelen, dan zijn we toch een beetje dichtbij haar. Een klein gebaar misschien. Maar voor ons betekent het alles. Ook gingen er een heleboel suikerklontjes met haar mee. Want als we iets beloven, dan doen we dat. Helaas was de oude cake op. Dus die heeft ze niet meegekregen.
En juist dat soort kleine dingen maken het afscheid ook zo eigen. Zo typisch voor ons. Tussen alle tranen door was er ruimte voor een glimlach. We hebben haar uitgezwaaid op haar laatste reis en toen begon de vakantie. De vakantie waar we zo naar hadden uitgekeken. Alleen voelde het ineens helemaal niet als vakantie.
Ik heb me er echt toe moeten zetten om dingen te gaan doen deze vakantie. Om op te staan en te denken: we gaan eropuit.Niet omdat ik geen leuke dingen wilde doen. Integendeel. Maar omdat het soms zo tegenstrijdig voelt.
Hoe kun je plezier maken als je iemand mist? Hoe kun je lachen terwijl je hart tegelijkertijd pijn doet?
Toch zijn we met de kinderen op uitstapje gegaan. Naar de Julianatoren. Juist daar, omdat ze daar met oma over hadden gepraat voordat ze overleed. Oma had hen vol liefde verteld dat ze er vroeger zelf vaak kwam. Eerst als kind en later als juf. Oma had namelijk in Apeldoorn gewoond. De kinderen waren ontzettend blij dat oma hen daar zoveel over had verteld.
En zodra we Apeldoorn binnenreden, kwamen de eerste vragen. “Waar woonde oma?” “Waar was haar huis?”“Waar heeft oma gewoond?”
Zo bijzonder om te merken hoe haar herinneringen met hen meegaan en daarna was er plezier. Er werd gelachen, gespeeld en genoten. Maar op sommige momenten overviel het verdriet mij ineens.
Bijvoorbeeld wanneer de kinderen iets grappigs deden en mijn eerste gedachte was: Dit moet ik even met oma delen. Om daarna te beseffen dat dat niet meer kan. Dat komt hard binnen, kan ik je zeggen. Heel hard.
Maar soms is het twee minuten later ook weer weg. Niet omdat het verdriet verdwenen is. Maar omdat het leven doorgaat en misschien is dat wel wat ik deze zomer steeds opnieuw leer.
Verdriet en geluk kunnen naast elkaar bestaan.
In de zomer vier ik ook altijd mijn verjaardag. Vaak steken we de barbecue aan en eten we met de hele familie samen. Een dag vol gezelligheid, lekker eten, kinderen die spelen en mensen die van elkaar houden. Geluk in een mooi jasje. Ook dit jaar was dat het plan.
Nog voordat oma overleed, had ik het er met haar over gehad. Ik zei dat ik het eigenlijk niet gepast vond om mijn verjaardag te vieren als zij net overleden zou zijn. Ik wilde het niet. Het voelde verkeerd. Maar zodra ze kon, kreeg ik natuurlijk een standje. Want zo was mijn lieve schoonmoeder. Het leven gaat door. Ik moest gewoon een datum prikken om mijn verjaardag te vieren.
Want zoals zij zei: “Het zal iedereen goed doen om tijd met elkaar door te brengen als ik er niet meer ben.”
En weet je…Ze had gelijk.
We kwamen allemaal samen en het was fijn. Mooi. Liefdevol en ergens natuurlijk ook verdrietig. Want we misten haar. Die dag werd ze gemist. Heel erg. Maar tegelijkertijd waren we samen.
En precies dát had ze gewild.
De liefde die we voor haar voelen, verdwijnt nooit. Die blijft. Dus ook die dag mocht alles er zijn. De tranen. De lach. De herinneringen. De gezelligheid. Het gemis. Alles naast elkaar.
En zo ging de zomer verder.
Leuke dingen doen. Nieuwe herinneringen maken. Lachen en verdriet hebben. Soms allemaal op dezelfde dag. Soms zelfs op hetzelfde moment. Het leeft naast elkaar en misschien is dat wel rouwen.
Niet kiezen tussen verdriet of geluk, maar leren dat ze allebei een plek mogen hebben.
Gisteren was er een Vier het Leven-lunch. Precies zoals ze ons verteld had dat we moesten doen. Dus gingen we met z'n allen lunchen.
We hebben gelachen. Gek gedaan. Haar herinnert. Over haar gepraat.
En er was liefde. Heel veel liefde. Liefde voor haar. Liefde voor haar man. Liefde voor haar gezin. Liefde voor elkaar. We zijn één en dat zullen we altijd blijven. Ook zonder haar aan tafel.
En toch… is het soms alsof ze er wél even bij is.
Sinds ze is heengegaan, zien we namelijk zo vaak een witte vlinder. Steeds weer. Op de meest onverwachte momenten. Een klein wit vlindertje dat ineens voorbij komt fladderen. Misschien is het toeval. Misschien is het gewoon een vlinder. Maar ergens willen we geloven dat het Ansje is. Dat ze ons even komt opzoeken.
Dat ze ons, zonder woorden, komt vertellen: Het is goed.
En misschien is dat precies wat we op die momenten nodig hebben. Even dat gevoel dat ze dichtbij is. Even een klein teken. Even een glimlach tussen het verdriet door. Want haar leven is hier geëindigd. Maar haar liefde? Die gaat door.
In haar man. In haar kinderen. In haar schoondochters. In haar kleinkinderen. In iedereen die van haar heeft gehouden en dus gaat ook zij, op een bepaalde manier, nog steeds met ons mee.
De zomer is anders gelopen dan we hadden verwacht. Maar misschien hebben we deze zomer iets geleerd wat we nooit hadden willen leren. Dat rouw en geluk naast elkaar kunnen bestaan. Dat je kunt huilen en een paar minuten later kunt lachen. Dat je iemand enorm kunt missen en tegelijkertijd kunt genieten van het leven. Dat doorgaan niet betekent dat je iemand achterlaat.
Je neemt haar mee. Elke dag. In alles wat ze ons heeft meegegeven en misschien is dat wel de mooiste manier waarop iemand kan blijven bestaan.
Niet doordat het verdriet altijd even groot blijft, maar doordat de liefde nooit verdwijnt. Als er dan ineens weer zo'n witte vlinder voorbij komt, dan kijken we even en glimlachen we. Want misschien is ze er dan gewoon weer even.
Om ons eraan te herinneren:Het is goed.
En dus gaan wij door. Met haar.Voor altijd in ons hart.
Reactie plaatsen
Reacties